DAEB: het toverwoord in het Wetsvoorstel Herziening Woningwet?

DAEB: het toverwoord in het Wetsvoorstel Herziening Woningwet?

Gepubliceerd op:

Bram Nijhof*

Een dienst van algemeen economisch belang, afgekort “DAEB”, is een term die rechtstreeks is ontleend aan het Europese recht. De woningcorporatiesector kon de afgelopen tijd niet om deze term heen, en zeker niet als men het nieuwe wetsvoorstel van Minister Blok voor de Herziening van de Woningwet las. De term komt – in verschillende varianten - meer dan 300 keer voor in het wetsvoorstel en de bijbehorende Memorie van Toelichting. Dat maakt het voorstel des te interessanter om te lezen met in het achterhoofd de staatssteunbeschikking van de Europese Commissie ten aanzien van de Nederlandse woningcorporaties, welke beschikking deels ook de aanleiding vormde voor de wetswijziging.

In deze beschikking kwam de Commissie – kort gezegd – tot het oordeel dat het publieke geld dat naar de corporaties toestroomde slechts mocht worden ingezet voor de diensten van algemeen economisch belang die corporaties verrichten, namelijk die taken die gerelateerd zijn aan hun sociale huisvestingstaak. Een heldere administratieve scheiding tussen deze en overige activiteiten van de corporaties zou kruissubsidiëring moeten voorkomen: het risico dat overheidsgeld zou worden ingezet om commerciële avonturen van de corporaties te financieren. In de praktijk werkt het natuurlijk ook regelmatig andersom; de corporaties starten (semi-) commerciële projecten, waarvan de winst vervolgens wordt ingezet voor de projecten waar commerciële partijen juist niet in zouden investeren.

Inderdaad bevat het wetsvoorstel de nodige wijzigingen om deze scheiding te realiseren. Het voorstel gaat echter veel verder dan de eisen die de Commissie ooit neerlegde bij de Nederlandse overheid. Corporaties mogen geen activiteiten meer ontplooien die niet direct “ten dienste staan” van hun DAEB’s. Bepaalde activiteiten die volgens de Commissie wel als een DAEB kunnen worden aangemerkt, vallen in het huidige wetsvoorstel echter buiten de taken waarvan de minister vindt dat corporaties die in beginsel mogen verrichten. Daarbij gaat het met name om maatschappelijk vastgoed dat geen verband houdt met de sociale huisvestingstaak van de corporaties.

De Raad van State heeft advies gegeven bij de eerste versie van het wetsvoorstel en merkte toen reeds – terecht – op dat deze afbakening niet nader is gemotiveerd. De minister heeft er vervolgens voor gekozen om een deel van de afbakening te laten vervallen, maar volhardt toch voor een groot deel in de beperking van corporatietaken. De minister erkent deze beperking in de toelichting bij het wetsvoorstel en volstaat vervolgens met de mededeling dat het de Nederlandse regering vrij staat om de activiteiten van de corporaties verder “toe te spitsen op de kerntaken”. Dat kan men nou niet bepaald een nadere motivering noemen.

Het is jammer dat de term DAEB zo veelvuldig wordt gebruikt in het wetsvoorstel om een scheiding aan te brengen in de activiteiten van de corporaties. Daarmee wordt de indruk gewekt dat deze scheiding enkel en alleen is ingegeven door de wensen van Brussel, terwijl de striktere scheiding toch duidelijk een wens van de Nederlandse overheid zelf is.

____________________________________________________________________________________________
*Bram Nijhof is advocaat mededingingsrecht, staatssteun en aanbestedingsrecht bij Deterink advocaten en notarissen, te Eindhoven.

Een greep uit ons leveranciersregister

WEBO
WEBO produceert houten kozijnen, prefab elementen en componenten, voor woningbouwprojecten ...
Vlasman B.V.
WoonEnergie
Als onderdeel van Eneco is WoonEnergie de brug naar de corporatiemarkt voor de innovatie ontwikkelingen ...