Remote monitoring vervangt de installateur niet, het maakt hem onmisbaar
Eerder op deze pagina's las u hoe Bas Flipse en Kevin Maaskant van Quatt aankeken tegen het onderhoud van hybride warmtepompen, en waarom dat om samenwerking tussen fabrikant en installateur vraagt. Die samenwerking is precies waar remote monitoring bij Quatt om draait.
Niet als manier om de installateur buitenspel te zetten en het onderhoud rechtstreeks bij de huurder of de corporatie neer te leggen, maar als extra paar ogen dat de installateur zelf gebruikt. Met een krimpend aantal vakspecialisten is dat voor woningcorporaties relevant: hoe zorg je dat de installatiepartner die je al kent en vertrouwt, met dezelfde bezetting toch meer woningen aankan?
Het gat tussen vraag en aanbod van vakmensen
De installatiebranche heeft de komende vijf jaar circa 121.000 nieuwe medewerkers nodig om te kunnen groeien, terwijl in diezelfde periode een uitstroom van naar schatting 118.000 medewerkers wordt verwacht. Netto blijft er dus nauwelijks ruimte over om te groeien, terwijl de vraag naar installatie en onderhoud van warmtepompen alleen maar toeneemt. Bijna de helft van de instromende medewerkers onder de 25 jaar verlaat de sector bovendien binnen een jaar weer, wat het probleem structureel maakt in plaats van tijdelijk.
Tegelijkertijd ligt er voor woningcorporaties een forse opgave. Volgens de Nationale Prestatieafspraken 2025-2035 moeten uiterlijk in 2034 450.000 huurwoningen van het aardgas af zijn, en moeten woningen met een E-, F- of G-label uiterlijk in 2028 zijn verdwenen. Zo'n 200.000 tot 250.000 woningen komen naar verwachting in aanmerking voor een hybride warmtepomp op het moment dat de cv-ketel aan vervanging toe is. Dat werk moet worden uitgevoerd door dezelfde installatiebedrijven die nu al krap zitten. De vraag is dus niet alleen hoe je meer woningen verduurzaamt, maar hoe je dat doet zonder dat elke extra woning ook een extra rit van een schaarse vakman vraagt.
Monitoring als extra paar ogen voor de installateur
Voor cv-ketels bestaat een vertrouwd model van periodiek onderhoud: een keer per jaar / (eventueel andere frequentie is ook een manier om het beheersbaarder te maken) langsgaan, draaiuren aflezen, storingen controleren. Voor warmtepompen is dat inefficiënt, legt Kevin Maaskant van Quatt uit, omdat een groot deel van die controle al continu op afstand zichtbaar is. Het verschil met eerdere systemen is dat die inzichten niet bij de fabrikant blijven liggen: Quatt deelt de monitoringsgegevens via een installateursportaal en -app, zodat de installateur zelf op elk moment kan zien hoe een warmtepomp bij een specifieke woning presteert, zonder dat er een woning voor hoeft te worden bezocht.
Dat verandert wat een installateur met zijn tijd doet. In plaats van een vaste jaarlijkse ronde langs alle woningen, ongeacht of daar iets mis is, kan hij zijn uren richten op de installaties waar de data daadwerkelijk iets afwijkends laat zien: een cv-ketel die structureel bijspringt terwijl het buiten niet koud is, bijvoorbeeld, wat kan wijzen op een probleem in het afgiftesysteem in plaats van in de warmtepomp zelf. Voor een individuele installateur is dat een paar uur per jaar. Verspreid over honderden of duizenden woningen in een corporatiebezit is het verschil tussen een onderhoudsplanning die haalbaar blijft en een die vastloopt op personeelstekort.
Eén vertrouwd gezicht, gevoed door dezelfde data
Een hybride installatie heeft in de praktijk twee verantwoordelijke partijen: de leverancier van de cv-ketel en de leverancier van de warmtepomp. Voor bewoners, en voor de technisch beheerder van een woningcorporatie, is dat onhandig zodra er een storing is: "De klant wil gewoon dat het werkt.” Quatt lost dat niet op door zelf tussen de klant en de installateur te gaan staan, maar door ervoor te zorgen dat de installateur die het contact al heeft, ook het overzicht heeft. Omdat dezelfde monitoringsdata bij zowel Quatt als de installateur binnenkomt, kan de installateur voorafgaand aan een bezoek al inschatten of een storing bij de ketel of bij de warmtepomp ligt, in plaats van dat pas ter plekke te ontdekken.
Waar dat niet volstaat, springt Quatt bij als achtervang: het bedrijf heeft een eigen landelijk team van servicemonteurs dat inspringt op storingen die op afstand niet opgelost kunnen worden. Dat team vervangt de installatiepartner niet. Quatt geeft maandelijkse trainingen en heeft elke installateur een vaste contactpersoon bij de fabrikant, zodat kennis over nieuwe systemen niet blijft hangen bij één partij.
Waarom dit precies nu telt voor installateurs én corporaties
Voor een woningcorporatie die een installatiepartner selecteert voor een grootschalig verduurzamingsproject, is dit onderscheid meer dan een detail. Een model waarin de fabrikant zelf de servicerelatie overneemt, is aantrekkelijk zolang het goed gaat, maar maakt een corporatie afhankelijk van één partij voor duizenden woningen. Een model waarin de installateur de relatie behoudt en door de fabrikant wordt uitgerust met monitoring, opleiding en achtervangcapaciteit, schaalt beter mee met het tempo dat de Nationale Prestatieafspraken vragen: elke installateur kan met dezelfde bezetting meer woningen bedienen, zonder dat de corporatie afhankelijk wordt van één telefoonnummer.
Dat sluit aan bij wat Bas Flipse eerder aangaf over de energietransitie: die is te vergelijken met eerdere transities in de sector, waarbij de kennis van bestaande installatiebedrijven onmisbaar blijft en het dom zou zijn om die niet te benutten. Remote monitoring is in die lezing geen vervanging van de installateur, maar het instrument waarmee hij, met een krimpend aantal collega's, toch de woningvoorraad kan bijbenen die de komende jaren aan de beurt is.
Bent u installatiepartner of woningcorporatie en wenst u meer te weten over hoe Quatt installateurs uitrust met monitoring? Kijk op quatt.io/zakelijk/installatie-partner



