Onderhoud hybride warmtepomp: cruciaal voor de versnelling van de verduurzaming van de Nederlandse woning
Corporaties zetten in steeds hoger tempo hybride warmtepompen in om hun woningvoorraad te verduurzamen. Vaak is dat de eerste stap naar een gasvrije woning, zonder dat huurders hoeven te verhuizen of hun cv-ketel meteen te laten vervangen.
Maar met een tweede installatie in de meterkast komt ook een nieuwe uitdaging: wie is verantwoordelijk voor het onderhoud, en wie neemt de telefoon op als een huurder een storing meldt? Voor een corporatie met honderden of duizenden hybride woningen is dat geen bijkomstigheid, maar een vraagstuk dat direct raakt aan huurderstevredenheid en beheerkosten.
Twee apparaten, één huurder
Cv-ketel en warmtepomp zijn vaak door verschillende partijen geleverd en geïnstalleerd. Dat kan ertoe leiden dat installateur en fabrikant naar elkaar wijzen zodra er iets misgaat, terwijl de huurder gewoon wil dat de verwarming het doet. In de praktijk komt het voor dat huurders tussen wal en schip vallen: twee partijen die niet direct met elkaar verbonden zijn, en een klant die niet weet bij wie hij moet aankloppen. Hoe meer partijen betrokken zijn bij één installatie, hoe groter dat risico. Voor corporaties die op portefeuilleniveau werken, betekent dit dat een onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling zich vermenigvuldigt over honderden meldingen per jaar.
Waarom periodiek onderhoud niet meer vanzelfsprekend is
Voor cv-ketels bestaat een vertrouwd model van jaarlijks onderhoud, onder meer vanwege veiligheid en slijtage. Warmtepompen vragen een andere aanpak. Fabrikanten als Quatt monitoren de installatie continu op afstand: draaiuren, storingen en prestaties worden live gevolgd, in plaats van één keer per jaar tijdens een huisbezoek gecontroleerd. Voor corporaties is dat relevant: minder geplande huisbezoeken betekent minder overlast voor huurders en het beheersbaar houden van het onderhoud met de beperkte mankracht die we in de markt beschikbaar hebben, zonder in te leveren op prestatie. Het gevolg is wel dat één hybride installatie in de praktijk twee onderhoudsregimes kent: doorlopende monitoring voor de warmtepomp, periodieke controle voor de ketel.
Eigenaarschap over de prestatie
Sommige fabrikanten, waaronder Quatt, kiezen ervoor om verantwoordelijkheid voor de prestatie van het héle systeem te monitoren. In de praktijk ligt de oorzaak van slecht rendement namelijk zelden bij de ketel, maar vaker bij het afgiftesysteem of het gebruik. Via monitoring wordt snel gesignaleerd wanneer iets afwijkt, bijvoorbeeld wanneer de cv-ketel vaker bijspringt dan de buitentemperatuur rechtvaardigt. Voor corporaties die verduurzamingsdoelen combineren met een zorgplicht richting huurders, is die garantie op comfort minstens zo belangrijk als de gasbesparing zelf.
Eén regiepartij, ook voor corporaties
De oplossing die zich aftekent, is een verschuiving naar één regiepartij richting de huurder: een installateur die zowel ketel als warmtepomp beheert, of een fabrikant die via monitoring het eerste aanspreekpunt is. Quatt werkt inmiddels samen met installateurs door het land die onderhoud aan cv-ketels verzorgen. In projecten met woningcorporaties wordt al geëxperimenteerd met een regiemodel waarbij storingsmeldingen altijd eerst bij de warmtepompfabrikant binnenkomen. Die bepaalt of het probleem bij de warmtepomp of bij de ketel ligt en stuurt gericht door, zodat wordt voorkomen dat een installateur voor niets langskomt omdat het probleem in een ander deel van het systeem zit. Voor corporaties scheelt dat niet alleen onnodige voorrijkosten, maar vooral een huurder die niet meerdere keren hoeft uit te leggen wat er aan de hand is.
Samenwerking blijft nodig
De kennis van installatiebedrijven blijft daarbij onmisbaar: die kennis is nodig om de energietransitie te versnellen, en het zou onverstandig zijn om die niet te benutten. Met hybride systemen is al 80 tot 90 procent gasbesparing haalbaar, ruim voordat een woning volledig elektrisch is. Zolang cv-ketel en warmtepomp naast elkaar bestaan, blijft de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is dus actueel. Voor corporaties die nu een onderhoudsstrategie voor hun hybride woningen bepalen, is het advies dan ook concreet: vraag leveranciers niet alleen naar de warmtepomp, maar naar het regiemodel eromheen.



