Extra kostenpost voor verhuurders bij renovatie woningen

Gepubliceerd op:

Sinds de Hoge Raad op 22 april jl. een uitspraak heeft gedaan, zullen verhuurders van woonruimte bij renovatie rekening moeten houden met extra kosten.

Op 22 april beantwoordde de Hoge Raad namelijk zogenaamde prejudiciële vragen, gesteld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Sinds enige tijd is het mogelijk de Hoge Raad te vragen zich uit te laten over een kwestie waarover onduidelijkheid bestaat.

In dit geval ging het om de vraag of de plicht om een verhuiskostenvergoeding te betalen bij renovatie dwingend recht is of niet. In het verleden werd deze bepaling als regelend recht gezien. Dat leidde ertoe dat een huurder vaak afstand deed van een overeengekomen vergoeding in combinatie met andere afspraken die werden gemaakt. Bovendien werd er vanuit gegaan dat alleen sociale verhuurders een dergelijke verhuiskostenvergoeding zouden moeten betalen, omdat het artikel was opgenomen in het voormalige Besluit Beheer sociale huursector.

In 2010 is artikel 11g van voornoemd Besluit echter overgebracht naar de leden 5 t/m 7 van artikel 220 van Boek 7 BW en bestaat op grond van voornoemd artikel aanspraak op een verhuiskostenvergoeding. Niettemin was het staande praktijk dat deze verhuiskostenvergoeding niet altijd werd uitbetaald en zeker niet in het geval dat geen sprake was van sociale verhuur.

Door de uitspraak van de Hoge Raad van 22 april is vastgesteld dat sprake is van dwingend recht. Dat betekent dat een verhuurder van woonruimte bij renovatie altijd rekening moet houden met een te betalen verhuiskostenvergoeding. Op dit moment bedraagt de minimale verhuiskostenvergoeding € 5.892,00 per huurder. Bij grootschalige renovaties levert dat dus een enorme kostenpost op. Bovendien kunnen er huurders zijn die in het verleden te maken hebben gehad met een renovatie en alsnog vragen om toekenning van een verhuiskostenvergoeding. Wellicht leidt deze extra kostenpost tot een versobering van de renovaties die plaatsvinden.

Een belangrijke voorwaarde is overigens wel dat er sprake moet zijn van een “noodzakelijke verhuizing” ten gevolge van een renovatie. Ook moet goed worden gekeken naar de verhouding en de samenloop tussen renovatie enerzijds en dringende werkzaamheden anderzijds. Het zal altijd van de feiten afhangen in hoeverre van het een, dan wel van het andere sprake is. Renovaties dienen met name gericht te zijn op de vergroting van het woongenot. Bij dringende werkzaamheden hoeft dat niet altijd het geval te zijn.

In zijn oordeel weegt de Hoge Raad een aantal belangen af en geeft tekst en uitleg aan datgene wat de wetgever kennelijk heeft bedoeld. Die uitleg had ook anders kunnen uitvallen. Als de wetgever het niet eens is met de uitleg van de Hoge Raad, zal de wetgever met aanpassingen moeten komen. Zolang de wetgever niet met aanpassingen komt, moet u dus in het vervolg rekening houden met een extra kostenpost bij renovatie van woonruimte.

Mocht u meer informatie wensen dan kunt u zich wenden tot Jeroen Brinkman, 024 381 14 39 of j.brinkman@pvdb.nl

Een greep uit ons leveranciersregister


WEBO produceert houten kozijnen, prefab elementen en componenten, voor woningbouwprojecten ...

Ventilatie is essentieel voor een gezond binnenmilieu. Breijer Ventilatietechniek is dan ook al bijna 25 jaar...

Een Canadees bedrijf gespecialiseerd in gespoten thermische isolatie ...