Obligo – fiscaal (niet) optimaal

Obligo – fiscaal (niet) optimaal

Gepubliceerd op:

Eind april is de Minister akkoord gegaan met het Strategisch Programma van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Een onderdeel hiervan is het vervangen van een éénmalige obligobijdrage door een combinatie van gecommitteerd obligo en een jaarlijkse obligoheffing. Het totale obligo blijft gemaximeerd tot 3,85% van het schuldrestant van de door het WSW geborgde leningen.

Het gecommitteerde obligo is een lening van 2,5% van de door het WSW geborgde leningen, die direct opeisbaar is door het WSW indien het nodig is de liquiditeit zeker te stellen. Daarnaast wordt jaarlijks een obligoheffing van 0,25% van de uitstaande door WSW geborgde leningen opgehaald.

Hoewel op dit moment nog geen definitief besluit is genomen over de (hoogte van) de obligoheffing over 2021 (en verder) is, mede door de financiële problemen bij Woningstichting Geertruidenberg, Stichting Humanitas Huisvesting en Vestia, de kans reëel dat tot obligoheffing zal worden overgegaan. Derhalve adviseren wij om nu al na te denken over de fiscale gevolgen hiervan.

Fiscale gevolgen – ATAD
De betaalde obligo kan in beginsel ten laste van het fiscaal resultaat worden gebracht.
De vraag die hierbij op komt is of de betaling wordt geraakt door de generieke renteaftrekbeperking (ATAD1). Deze regeling houdt kortgezegd in dat rente slechts aftrekbaar is tot 30% van de ‘gecorrigeerde winst’ (fiscale EBITDA), met een minimum van € 1 miljoen. Het begrip rente is in de wet ruim gedefinieerd, hieronder moeten onder meer ‘kosten ter zake van geldleningen’ worden verstaan.

Ervan uitgaande dat uw woningcorporatie reeds wordt geraakt door de renteaftrekbeperking is het zeer nadelig indien de obligobetaling als ‘rente’ kwalificeert. De betaling is dan in het geheel niet aftrekbaar. Indien de obligobetaling niet als rente kwalificeert, is het obligo in beginsel volledig aftrekbaar, maar verlaagt dit de gecorrigeerde winst waardoor de basis waarover de 30% renteaftrek wordt berekend, lager is.

Voor beide stellingen – wel of geen rente – valt wat te zeggen. Daarom is ons advies om bij het samenstellen van de fiscale meerjarenbegroting te beoordelen wat de impact van de standpunten met betrekking tot de (geraamde) betaling van obligo is. Zo komt u in de toekomst niet voor een onverwacht hogere vennootschapsbelastinglast te staan.

Voorziening vormen?
De impact van de renteaftrekbeperking op de (mogelijke) éénmalige heffing van de obligo in 2021 kan worden beperkt door het vormen van een voorziening in de aangifte vennootschapsbelasting 2018. Hiermee worden de kosten immers naar de ‘niet-ATAD-periode’ gehaald. Wij zien argumenten om te stellen dat het vormen van een voorziening in 2018 verdedigbaar is, maar verwachten dat dit tot discussie met de Belastingdienst leidt. Fiscaal kan namelijk enkel een voorziening worden gevormd indien een ‘redelijke mate van zekerheid’ bestaat dat de uitgaven zich daadwerkelijk voor zal doen. Het is de vraag in hoeverre aan deze ‘redelijke mate van zekerheid’ kan worden voldaan. Daarnaast bestaat tevens het risico dat de Belastingdienst het standpunt inneemt dat het obligo niet toerekenbaar is aan de periode vóór 31 december 2018. Om de mogelijkheden tot fiscale optimalisatie open te houden, geven we in overweging om bezwaar te maken tegen de definitieve aanslag vennootschapsbelasting 2018 zodra deze wordt opgelegd.

Meer weten?
Neem voor meer informatie en mogelijkheden voor advies of een andere vraag contact op met één van onze adviseurs.


Een greep uit ons leveranciersregister

Roto dakramen
Beter Roto. Omdat de beste BENG-waardes enkel gehaald worden met professionele producten ...
Zig
Digitale oplossingen voor alle woningcorporaties ...
Midglas
Met veel ervaring verzorgen wij al sinds 1911 soepel het schadeherstel en schademanagement van onze relaties ...